De geur van traangas

13 feb

Taxichauffeur Karim scheurt als een gek de heuvels op en af terwijl hij ondertussen in z’n handen klapt op het ritme van Arabische popmuziek. Het is vrijdagochtend en we zijn op weg naar Bil’in, een Arabisch dorp op de Westbank, zo’n twaalf kilometer ten westen van Ramallah. Hier vindt, net als in een aantal andere dorpen, iedere vrijdag een demonstratie plaats tegen de muur en de bezetting. We overleven zoals altijd wonderbaarlijk genoeg de taxirit en komen ruim voor het middaguur aan; er waren geen roadblocks geplaatst door het Israëlische leger en dus duurde het maar een klein half uurtje. We inspecteren de omgeving vast en volgen de hoofdstraat in het dorp dat ons naar een open veld met olijfbomen brengt. Dit mooie landschap reikt niet ver; na enkele tientallen meters wordt het afgesneden door de muur. Hier gaat de demonstratie straks plaatsvinden.

‘De muur’– in dit geval een dubbel hek met prikkeldraad – loopt dwars door de landbouwgronden van boeren uit Bil’in en volgt zoals in veel gevallen niet de Groene Lijn. In dit geval is de muur een aantal kilometer verder de Westbank in gebouwd om de Joodse nederzetting Modi’in Illit te scheiden van de omliggende Arabische dorpen. Een groot deel van het land is sinds 2003 onbereikbaar waardoor de boeren nu flink wat inkomsten mislopen. De inwoners van Bil’in lieten het er niet bij. Eerst dagelijks en later wekelijks protesteren ze tegen de bouw en de aanwezigheid van de muur op hun grond. De inwoners worden ondersteund door linkse Israëlische activisten – het dorp is gemakkelijk te bereiken vanaf Tel Aviv – en internationals.

 

Terwijl veel inwoners van het dorp naar de moskee gaan voor het middaggebed, krijgen wij een briefing van Anarchists Against the Wall, die hier iedere vrijdag aanwezig zijn. Ontspannen vertellen ze ons de wapens die het Israëlische leger hier kan inzetten (skunkwater, traangas, geluidsbommen en rubberkogels) en hoe we hier mee om moeten gaan. Voor het veel gebruikte traangaas krijgen we het advies: “When you are stuck in a teargas cloud and think you are going to faint or die always remember; you will survive”.

Korte tijd later kondigt de muezzin het einde van het middaggebed aan. De tientallen demonstranten verzamelen zich voor het huis van Abdullah Abu Rahmah die nu al ruim veertien maanden in de gevangenis zit voor het organiseren van deze protesten. Vanuit het dorp loopt de stoet met vlaggen, banieren en spandoeken richting de muur, terwijl iemand leuzen schalt door de megafoon. De jongeren uit het dorp bereiden zich voor op een directe confrontatie met het leger en het traangas en binden hun keffiyeh’s extra strak om hun hoofd.

 

Na een korte wandeling bereiken we het afscheidingshek. Velen gaan helemaal naar voren, ik blijf met mijn camera op een afstandje. Het duurt niet lang voordat de eerste traangasgranaten op de jongeren die aan de voorste zijlijn staan worden afgschoten. Dan worden ze ook afgevuurd op de grote menigte vooraan bij het hek. De demonstranten komen hoestend, tranend en kokhalsend het pad terug afgerend terwijl ik ze probeer te filmen. Ik blijf iets te lang staan en krijg dan ook een flinke vlaag gas in mijn gezicht. Ik zat er volledig naast toen ik dacht dat het effect wellicht iets meer zou zijn dan een rookbommetje. Het lijkt alsof mijn luchtwegen worden dichtgeknepen en ik mijn ergste huilbui sinds tijden heb. Maar hoe heftig het spul ook is zodra het je gezicht bereikt, het is al even snel weer uitgewerkt. Wat overblijft is de geur op je kleuren, rode ogen en een keel die nog naprikt.

Terwijl de meesten na deze flinke lading traangas zich terugtrekken op de heuvel, ver van de muur, herhalen de jongeren het ritueel nog 1 á 2 keer. Dan is het klaar. Iedereen druipt af, terug naar het dorp. Mensen drinken nog een kopje thee met elkaar en gaan terug naar huis. Het kat-en-muisspel opzich komt op mij wat zinloos over. Maar door de jaren heen hebben de protesten hier een hoop (internationale) media-aandacht gekregen. Daarmee is Bil’in een symbool geworden voor het geweldloze verzet tegen de Israëlische bezetting.

Via het Qalandiya checkpoint in Ramallah verlaat ik de Westoever weer, op naar mijn huis, naar mijn veilige omgeving in Jeruzalem. En terwijl ik mijn semi-heldhaftige verhalen opschrijf, worden er op verschillende plekken op de Westbank, en misschien ook in Bil’in, weer nachtelijke invallen gedaan in de huizen van Palestijnse families, worden mensen (ook veel minderjarigen) gearresteerd en wordt de boel weer flink op stelten gezet.

 

Bovenstaand filmpje toont een dergelijke inval, ’s nachts in Bil’in. Volgens de organisatie DCI Palestine worden bijna iedere nacht op verschillende plaatsen in de Westbank minderjarigen van hun bed gelicht en gearresteerd op verdenking van onder andere stenen gooien. Ze krijgen geen vertaler, geen advocaat en worden soms gemarteld of vernederd totdat ze een overeenkomst (bijna altijd in het Hebreews) ondertekenen. Een minderjarige jongere zit gemiddeld vier maanden vast (als het op verdenking van stenen gooien is) en moet 2000 shekel (ongeveer €400) borgsom betalen. Mahmoud, één van de jongeren in het Holyswitch-project dat ik hier coördineer, vertelt in zijn blog over de nachtelijke invallen in zijn vluchtelingenkamp.

___________________________________________________________________________________________

 “De Apartheidsmuur”/ “Het Veiligheidshek”

Niet alleen in Bil’in, maar in veel andere Palestijnse dorpen en in Oost-Jeruzalem zagen de bewoners grote stukken grond geconfisqueerd worden door het Israëlische leger. Enkele gegevens:

  •  De barrière volgt op bepaalde plekken de “Groene Lijn”, maar op andere plekken dringt zij diep (tot 20km) de Westbank in om bijvoorbeeld Joodse nederzettingen in te sluiten. Israël heeft met de bouw van de barriére tot nu toe nog eens 10,7 procent geannexeerd (zo’n 500 km²).
  • 30.500 Palestijnen leven officieel op Palestijns gebied in de Westbank, maar worden door de barrière afgesneden van de rest van de bevolking.
  • 244.000 Palestijnen zijn ten minste aan drie kanten ingesloten door de muur, hierdoor moeten mensen in sommige gevallen uren reizen voor een afstand die voor de komst van de barrière een paar minuten bedroeg. In medische noodgevallen kan die extra reistijd mensenlevens kosten.
  • Volgens een rapport van de Wereldbank uit 2007 heeft de bezetting van de Westelijke Jordaanoever de Palestijnse economie verwoest. Economisch herstel zou de afhankelijkheid van internationale hulp met een miljard dollar per jaar verminderen.
  • De muur wordt door het Internationaal Strafhof in Den Haag en een unanieme Algemene Vergadering van de VN veroordeeld als strijdig met de rechten van de mens, het internationaal recht en de Vierde Conventie van Genève. Het Hof stelde dat de Muur illegaal is wegens haar permanente karakter, de inbeslagname van geannexeerde gronden en vooral de burgerbevolking van de Westbank treft.

Zie de website van mensenrechtenorganisatie B’tselem voor meer informatie.

Tags:, , , , , , ,

Op zoek naar de barmhartige Samaritaan

24 jan

Het Bijbelse verhaal van de barmhartige Samaritaan las ik toen ik jong was in één van de kinderboekjes met Bijbelverhalen die mijn oma altijd thuis had. Mijn herinnering van de Samaritaan is die van een behulpzame en rechtvaardige man, die een gewonde reiziger langs de weg hielp, terwijl twee andere mannen het slachtoffer hadden genegeerd. 

Ik moet bekennen dat ik geen idee had dat er tegenwoordig nog Samaritanen bestonden. Ik dacht dat deze zeer oude bevolkingsgroep al uitgestorven was. Hier kwam ik er echter achter dat het tegendeel waar is. Al duizenden jaren wonen er Samaritanen op dezelfde plek; middenin het bijbelse Samaria. Nu een deel van de bezette Westoever. Alles om hen heen veranderde; landschappen, volkeren en grenzen, maar zij bleven altijd wonen op wat voor hen het Heilige Land is. In de vierde eeuw waren er naar schatting enkele honderdduizenden Samaritanen, maar nu is er niet veel meer over dan een kleine gemeenschap van zo’n 700 mensen. Ongeveer de helft woont in de Israëlische stad Holon en de andere helft aan de voet van de berg Gerizim, boven Nablus.

Op onze vrije zondag nemen we de bus naar Nablus om de huidige Samaritanen te bezoeken. Er blijken twee opties te zijn om hier te komen; via de wegen voor kolonisten uit de omringende nederzetting Ariel of via de heuvels, vanuit het centrum van Nablus. We kiezen voor de laatste route. Een taxichauffeur zet ons voor het Israëlische checkpoint af: “Sorry, hier mag ik niet verder”, zegt hij. Zo te zien worden de Samaritanen dus beschermd door het Israëlische leger, maar wat de relaties verder zijn met de Israëli’s en de Palestijnen is voor ons nog wat onduidelijk. De soldaat vraagt ons paspoort, stelt de gewoonlijke vragen over de reden van onze komst en verblijf in Israël, en laat ons vervolgens door.

Allereerst moet ik mijn beeld van hoe de Samaritanen tegenwoordig leven even bijstellen. Geen smalle straatjes, kleine trappetjes, oude huizen en mooie tempels. Het is duidelijk niet de Oude Stad van Jeruzalem, maar een doodgewoon Arabisch dorp met moderne huizen in aanbouw. We stranden al snel bij het museum waar we een privérondleiding (we zijn de enige bezoekers) krijgen van de trotse eigenaar, tevens de zoon van de voormalig Hogepriester van deze gemeenschap.

 

Ik mis duidelijk wat bijbel- en geschiedeniskennis; een deel van wat onze gids vertelt ontgaat me. Later thuis, na het doen van een beetje research, valt het allemaal wat meer op z’n plek. De Samaritanen stammen af van een van de tien verdwenen Joodse stammen en beschouwen zichzelf als de ware erfgenamen van het Jodendom. Ze houden alleen de eerste vijf heilige boeken van de Bijbel aan, de rest is volgens hen verzonnen. Het eeuwenoude conflict tussen de Joden en Samaritanen ligt hier dan ook aan ten grondslag, aangezien zij de interpretaties van het rabbinaat niet erkennen. De Samaritanen zien Jeruzalem ook niet als heilige stad. Voor hen is dat de berg waar ze wonen; Gerizim.  In de Bijbel wordt de berg omschreven als gezegend door God, in tegenstelling tot de vervloekte berg Ebal die hier tegenover ligt.

De voertaal van de Samaritanen is Arabisch, maar hun religie en etniciteit zijn Joods. Ze hebben een Israëlisch en Jordaans paspoort en Palestijnse identiteitspapieren. Op internet lees ik dat ze veelal werken en naar school gaan in Nablus en zich onderdeel van de Palestijnse gemeenschap voelen. Het lijkt erop alsof we een groep hebben gevonden die in vrede leeft met zowel de Palestijnen die onder de berg in Nablus wonen als met de Israëli’s die vlak achter het dorp in nederzettingen leven.

We nemen afscheid van de museumeigenaar en lopen door naar de berg Gerizim. Hier vinden we dan eindelijk de resten van de eeuwenoude cultuur. Het gebied is echter omringd met hekken en we moeten eerst iemand vinden die de sleutel beheert. Een winkeleigenaar stuurt ons naar Mohammed (lid van de enige moslimfamilie in het dorp), met wie we een deal sluiten; 10 shekel voor 10 minuten kijken. Niets is hier gratis..

Achter de hekken ligt een groot terrein waar de resten van een oud dorp te zien zijn. De Samaritaanse tempel die hier ooit stond werd al voordat onze jaartelling begon vernietigd. De Byzantijnen bouwden er vervolgens een kerk (wat later een moskee werd) en waar je nu nog de ruines van ziet.

We spreken met Mohammed in gebrekkig Engels nog even over de verhoudingen tussen de Samaritanen en zijn moslimfamilie en tussen de Samaritanen en de Palestijnen enerzijds en de Israëli’s anderzijds. Volgens hem zijn alle relaties ontzettend goed. Op Wikipedia lees ik dat ze bewust geen kant kiezen in het conflict uit angst voor vergeldingen. Een begrijpelijke keuze voor een minderheid.

We nemen afscheid en willen terug naar Nablus. Onderweg komt een viertal jonge soldaten langs gescheurd in een tank. Verveeld als ze zijn, vinden ze het maar wat leuk om even met ons te praten en ons te fotograferen in hun speelgoed. Op de vraag waarom ze hier steeds door het dorp rijden, antwoordt een 22-jarige soldaat: “They are Jews”. Tegen wie moeten ze dan beschermd worden vraag ik. “You know, against the Arabs from around”. Typisch hoe het weer het leger is die een reden ziet voor hun eigen aanwezigheid, terwijl de bevolking hier naar mijn idee geen angst voelt voor ’de Arabieren’.

Tags:, , , , , , , ,

Kerst in Palestina

1 jan

Voor mij dit jaar geen kerst in de sneeuw, thuis zitten met de hele familie en warme chocolademelk drinken terwijl het buiten -10 is. Hier scheen het zonnetje nog volop en kon je uit de wind nog gemakkelijk in een hemdje zitten – niet echt bevordelijk voor het kerstgevoel overigens.

Vrijdag was ik in Bethlehem; de dag voor kerst is de dag dat het daar allemaal gebeurd. Met naar schatting 100.000 bezoekers was het er de drukste Kerstmis in meer dan tien jaar en alle hotels waren volgeboekt. Het was een enorm succes voor het toerisme in Bethlehem dat na de start van de Tweede Intifada in 2000 erg was afgenomen. 

Het is voor de christelijke Palestijnen die ik ken in Bethlehem het hoogtepunt van het jaar en ze keken er dan ook al maanden naar uit. Zelf deed het me meer aan Bevrijdingsdag dan aan kerst denken. De drukte, het zonnetje, met vrienden biertjes drinken in de kroeg en de honderden scouts die de hele middag met hun trommels door de straten van Bethlehem paradeerden. Om toch nog een beetje de kerstsfeer mee te krijgen besloot ik om eind van de middag  mee te gaan naar de kerstdienst in de Lutherse kerk. Hier kwamen Palestijnen en internationals samen,  zongen we in het Engels, Arabisch en Duits kerstliederen en werden de preken afgewisseld door een Palestijnse zanger en een kerkkoortje. Na afloop dronken we samen glühwijn.

Op eerste kerstdag ging ik met Meta en Margriet mee met een Israëlische groep van linkse activisten genaamd Ta’ayush. Bijna iedere zaterdag reizen zij ’s ochtends vroeg af naar de heuvels onder Hebron (in het zuiden van de Westbank) om Palestijnse boeren en herders te beschermen tegen het geweld van kolonisten en het leger. In de heuvels ten zuiden van Hebron zijn veel nederzettingen gebouwd. De Palestijnen die hier al jarenlang wonen worden geregeld aangevallen door kolonisten in hun dorpen en op hun land. Regelmatig deelt het leger ‘closed militairy zone’ orders uit aan zowel de activisten als de boeren. Het is voor de boeren  dus bijzonder moeilijk om hun land te verbouwen – terwijl het vaak hun enige bron van inkomsten is.

Onze eerste stop was bij een klein stuk grond waar twee Palestijnse boeren de grond aan het ploegen waren. Met zo’n twintig man gingen wij verspreid aan één kant van de akker staan. Het halve Israëlische leger was uiteraard ook aanwezig en installeerde zich aan de overkant. Het was treurig en ergens ook hilarisch om te zien dat dit er blijkbaar voor nodig is om twee boeren een stukje grond te kunnen laten ploegen.

Iets verderop was er een flinke woordenwisseling gaande tussen een van oorsprong Duitse kolonist en enkele Palestijnse boeren. De kolonist had een flink stuk land van de boeren ingepikt en er een hek om heen geplaatst. Hij was ecoloog en volgens hem waren er op dit stuk grond tenminste vijftien bijzondere plantsoorten te vinden. Hoewel de man behoorlijk overtuigend overkwam was de gehele situatie weer absurd. Een man, die niet eens Joods was, kon zomaar een stuk land inpikken dat niet van hem was, er een hek om heen plaatsen en claimen dat hij er recht op heeft. Het leger had bovendien ook nog eens de ID -kaarten van de boeren afgenomen (die ze nadat wij er waren wel weer teruggaven) en het was nog volledig onderzeker of ze hun land ooit nog zouden terugkrijgen.

De rest van de middag brachten we door in een Palestijns bedoeïnendorp. Tien jaar geleden vluchtten alle inwoners vanwege het geweld van kolonisten. Nu komen de oorspronkelijke bewoners langzaamaan terug om het weer op te bouwen. Het dorpje ligt in C-gebied, wat betekent dat het volledig onder Israëlische civiele en militaire controle valt en de inwoners niet mogen bouwen en geen aansluiting hebben op het electriciteits- en waternetwerk. Ze wonen in tenten, kleine huisjes en grotten en het water wordt uit ondergrondse watersystemen gehaald. We hielpen één van die putten weer gereed te maken voor de winter en hopelijk de komende grote regenval (die inmiddels eindelijk is gekomen).

’s Avonds schoven we uitgeput aan bij Margriet in haar huisje op de Olijfberg, die een heerlijk kerstdiner had gemaakt. En toen was kerst alweer voorbij.

Tags:, , , , , , ,

Shabbat Shalom

29 nov

Op vrijdag maken veel Joden zich klaar voor Shabbat, de wekelijkse rustdag. In de ochtend is Mahane Yehuda, de grootste versmarkt in West-Jeruzalem overvol met mensen die hun laatste boodschappen doen voor het avondeten. Vanaf een uur of twee, drie in de middag gaan alle winkels langzaam dicht, de bussen stoppen met rijden en in de straten wordt het steeds rustiger. Shabbat begint na zonsondergang en eindigt ongeveer 25 uur later, wanneer het volledig donker is. Hier in de Oude Stad, vanuit mijn raam, zie ik wekelijks vele orthodoxe Joden, gekleed in hun beste satijnen jassen en met grote bontmutsen op, gehaast naar de Klaagmuur lopen. Verder merk je er  in dit stuk van de stad niet veel van, aangezien de Arabische winkels open blijven en de straatjes nog vol zijn met toeristen.

Op Shabbat onthouden religieuze Joden zich van arbeid. Het verschilt of iemand orthodox of liberaal Joods is in de manier waarop deze dag gevierd wordt. Zo zullen streng religieuzen op Shabbat geen auto rijden, telefoon gebruiken, licht aan of uit doen, etc. Sommige families scheuren hun WC-papier zelfs van tevoren aangezien dat ook als een vorm van arbeid wordt gezien.

De afgelopen twee vrijdagen was ik uitgenodigd voor een shabbatsmaaltijd. Vorige week door mijn collega Hana. Hoewel zij zelf niet echt religieus meer is, komt ze wel iedere vrijdagavond met haar vrienden samen om uitgebreid te eten. Aangezien het mijn eerste keer was, had ik geen idee of ik wijn kon meenemen. Ja, wijn is altijd prima zei Hana, ‘maar neem wel koshere wijn mee, want een aantal vrienden zijn religieus’.

Koshere wijn. Ik had geen idee wat dat inhield en ging vrijdagochtend opzoek. Ik kwam erachter dat in niet-koshere wijn vaak dierlijke producten zitten zoals vislijm en gelatine. Koshere wijn is dus eigenlijk wel zo fijn, dacht ik. Tijdens de productie mag het absoluut niet met niet-koshere producten in aanraking komen en alleen Joodse arbeiders mogen de wijn bereiden. De eigenaar van de winkel toonde me de verschillende soorten wijnen. Voor de zekerheid koos ik de ‘very very kosher wine’. Het volgende dilemma was dat de wijn niet met me mocht meerijden in een auto na zonsondergang. Dat was lastig want ik werkte die dag in Bethlehem en nam een bus terug naar Jeruzalem toen het al donker was. Ik besloot het maar niet te vertellen.

Hana had een interessant gezelschap bij elkaar gekregen van twee religieuzen  (waarvan één modern orthodox en de ander liberaal), drie ex-religieuzen, twee seculieren en tot slot twee Koptische nonnen. De maaltijd begon met het inschenken van een witte bubbelwijn waar iedereen één slok van nam. Vervolgens kreeg iedereen een stuk challe, een gevlochten brood dat met Shabbat wordt gegeten, en werd er uit de Thora gesproken. Het eten was kosher en bestond alleen uit zuivelgerechten (Hana is overigens ook vegetarisch).

De rest van de avond verliep een stuk informeler. Na drie gangen, vier glazen wijn en flink wat cake en chocola ploften we neer op de bank. Hier lieten de nonnen zich nog even van hun meest moderne kant zien door ruim een uur lang door te gaan over Israëlische reality shows en de GPS in hun auto.

Afgelopen vrijdag werd ik door één van Hana’s vrienden uitgenodigd te komen eten bij hem thuis. Hij en zijn zussen die op bezoek kwamen zijn seculier, maar toch wordt de vrijdagavond gebruikt om bij elkaar te komen en een goede maaltijd te bereiden. Hier dus geen keppels, koshere wijn of een paar woorden uit de Thora voordat we begonnen met eten. Wat wel overeenkomt is dat je gemiddeld zes uur bij iemand thuis zit, samen het eten bereid (of wat meeneemt) en vervolgens met veel wijn lang aan tafel over allerlei onderwerpen spreekt. Over twee weken verhuis ik naar West-Jeruzalem en ik kijk er naar uit om mijn vrijdagavonden vaker zo door te brengen.

De betekenis van Shabbat Shalom.

Tags:, , , , , ,

Boven op de berg…

8 nov

Tent of Nations - met uitzicht op de nederzetting Betar Illit

…Langs de weg van Bethlehem naar Hebron, ligt het landgoed van de familie Nassar, net boven het Palestijnse dorp Nahalin. Zowel het dorp als het landgoed worden omringd door nederzettingen. Veruit de grootste is Betar Illit met bijna 40.000, overwegend Charedische (ultraorthodoxe), Joden. Het is een goed voorbeeld van een nederzetting die is uitgegroeid tot een complete stad, inclusief  alle mogelijke voorzieningen en een eigen gemeentebestuur.

Vorig weekend ging ik er naartoe, om te helpen met de jaarlijkse olijfpluk en ook om even weg te zijn uit het hectische Jeruzalem. Hoewel het uitzicht op de nederzettingen, die nog volop is aanbouw zijn, verontrustend is, blijft het toch een fijne plek met een geweldig mooi uitzicht. Op heldere dagen kun je de zon zelfs zien ondergaan in de Middellandse Zee.

We werden ’s avonds hartelijk ontvangen door Daher Nassar die, terwijl hij ons volstopte met humus en chai, vertelde over de juridische strijd die ze al twintig jaar aangaan met de Israëlische autoriteiten. Het landgoed ligt namelijk in C-gebied (zo’n 60% van de Westoever), wat betekent dat het volledig onder Israëlische civiele en miltaire controle valt. Het is bijna onmogelijk voor Palestijnen om een bouwvergunning te krijgen in C-gebied. De bouw van nederzettingen loopt ondertussen door – momenteel wonen bijna 500.000 Joodse Israëli’s op de Westoever.

Keuken, met op het dak zonnepanelen en watertanks

De Israëli’s stellen harde eisen aan de familie. Zo moet op al hun grond iets verbouwd worden. Indien ze zien dat dit niet het geval is, wordt het ingepikt. De familie zette in 2000 het project Tent of Nations op om (internationale) vrijwilligers mee te laten helpen het land te verbouwen. Daarnaast leren zij hun gasten meer over de situatie en over allerlei praktische zaken zoals alternatieve wijzen van energieverbruik. Ze hebben namelijk geen toegang tot water en elektriciteit. Ook is het verboden te bouwen op hun eigen landgoed. Er staan enkele simpele huisjes die onder meer dienen als woonruimte, keuken en sanitaire ruimte. Als je er voor het eerst bent, zie je niet gelijk dat er nog tal van andere ruimtes zijn, onder de grond. In één van de grotten is een kerkje gebouwd, andere dienen tevens als woonruimte of als plek om gasten te ontvangen.

De familie krijgt regelmatig sloopbevelen van het Israëlische leger. Steeds weer vechten ze dit aan bij het Israëlische Hooggerechtshof om zo weer wat extra uitstel te krijgen. Daher vertelde ons echter dat ze enkele dagen terug opnieuw een brief hadden ontvangen met het dringende verzoek om binnen vijf dagen de belangrijkste gebouwen op het land te slopen. Op het moment zitten ze dus in enorme onzekerheid en kunnen Israëlische militairen ieder moment ingrijpen.

Aangezien er uiteindelijk geen enkele olijf meer te plukken viel - de oogst was minimaal dit jaar dus de vrijwilligers waren al binnen vijf dagen klaar – ging ik maar met een kopje koude thee op het randje van de heuvel zitten. Aan de overkant zag ik arbeiders druk bezig met het bouwen van nieuwe woningen. Vanuit Israël zijn er goede wegen aangelegd naar de nederzettingen die een groot contrast vormen met de slecht onderhouden wegen naar Palestijnse steden en dorpen. De inwoners in deze nieuwe steden kunnen zich vrij bewegen en hebben op ieder moment van de dag toegang tot water en elektriciteit. “En hier wonen wij”, zei Daher tegen ons. “Op onze eigen grond, sinds 1916. Met eigendomspapieren en alles, maar rechten, die hebben we niet.”

Tags:, , , , , , , ,

In beeld: mooie dingen op een lelijke muur

12 okt

Vluchtelingenkamp Aida

Bij de checkpoint in Bethlehem

Achter de muur: de Oude Stad in Jeruzalem

De eigenaar van het restaurant (links) schreef zijn menukaart op de muur

Paris Hilton neemt ook een kijkje

Tags:,

Aan de andere kant van de muur

12 okt

De scheidingsmuur, gezien vanuit vluchtelingenkamp Aida (boven Bethlehem)

Mijn eerste maand heb ik veel doorgebracht bij mijn collega en zijn familie in Bethlehem. Hier, aan de andere kant van de muur, werd ik opnieuw geconfronteerd met een andere cultuur. Een cultuur met enorme gastvrijheid, heerlijk eten (goed ter compensatie voor de maaltjes die ik zelf tussen de bedrijven door maak) en uiteraard de mannen die het straatbeeld grotendeels bepalen en me soms knettergek maken.

Tijdens het eten, het werk, het autorijden en het rondwandelen door de stad, legt mijn collega mij steeds een beetje meer uit over de situatie waarin hij en zijn familie leven en wat ze hebben meegemaakt. Zo vertelde hij me over de Eerste Intifada, en hoe hij dat als klein kind ervaren heeft, over de geur van traangas en hoe erg dat in je ogen prikt en over de soldaten en tanks die het straatbeeld bepaalden. Iedereen heeft hier een verhaal, zegt hij altijd, en iedere week leer ik er weer een paar kennen. 

Wat me nog het meest verbaast, is hoe ontzettend kalm ze dit soort verhalen kunnen vertellen. Geregeld zeggen ze met opgehaalde schouders: “We are used to it”. Waar ik me nog kwaad kan maken over de omgang van Israëlische soldaten met Palestijnen bij de checkpoints, kijken zij er nauwelijks meer van op. Mijn collega is zelfs een expert in het nadoen van een typische 18-jarige verveelde soldaat die maar wat graag iedereen te lang laat wachten. Als ik hem vraag of hij soms zo’n jongen niet eens flink door elkaar zou willen schudden zegt-ie: “Natuurlijk, maar we weten inmiddels dat we daar niets mee bereiken. We zitten al te lang in deze situatie. En echt, het enige wat we  nu willen is een doodnormaal leven.”

En ook nu proberen ze dat zo goed mogelijk. Palestijnen zijn enorme familiemensen en zien hun naaste familie iedere dag. De dagelijkse rituelen binnen de familie waar ik vaak ben, zijn leuk om te aanschouwen. Zo komt iedere ochtend de buurvrouw en tevens de tante van mijn collega, langs voor een kopje koffie. De twee vrouwen kijken naar hun favoriete Turkse soap en trekken als het afgelopen is een moeilijk gezicht, want ‘wat moeten ze nú weer maken voor de lunch?’ ‘s Avonds gaan we vaak naar zijn zus en haar gezin waar familie en vrienden samenkomen. Mijn eerste zaterdag hier had ik zelfs het geluk mee te mogen naar, jawel, de disco. Geen idee hebbende van wat nou gepaste kleding zou zijn, koos ik maar voor een lange broek en iets tot over mijn schouders, want dat is immers wat je hier op straat ook draagt. Het bleek een misvatting dat ook naar een discotheek aan te doen. De hele avond werd ik omringd door Palestijnse diva’s in korte rokjes en glitterpakjes. Waar ik ook niet helemaal op voorbereid was; mannen en vrouwen mogen alleen als stel naarbinnen. Vandaar dat mijn collega er jaren niet meer was geweest als vrijgezel. Na een flinke scheut wodka (ja ook dit is prima) waagde ik me op de dansvloer om me in de armen van mijn collega mijn beste Arabische dansmoves te tonen. Helaas, voor jullie, heeft niemand dit gefilmd. Toen we vanaf de bank verder keken naar de stellen die volledig uit hun dak gingen, zei hij voor de grap, maar toch sarcastisch: “Can you see how we suffer?”.

Tags:, ,

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.